Juliaan Lampens toont zijn huis

"Ik ben opgegroeid in De Pinte, bij Gent, in een warm gezin. Mijn vader was schrijnwerker; dankzij hem heb ik in mijn carrière als architect een voorkeur voor ambachtelijke degelijkheid ontwikkeld. Ikzelf tekende en schilderde graag. Schilder worden was mijn oorspronkelijke droom. Ik schilder nog altijd af en toe. In een film van Woestijnvis, die vertoond is op tentoonstellingen over mijn architectuur, kun je me aan het werk zien met mijn penseel.
Ik ben afgestudeerd als architect in 1950. Toen was er geen vraag naar vernieuwing, dus de eerste tien jaar heb ik traditioneel gebouwd. De wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 betekende een ommezwaai: al wie benen had en kon lopen ging erheen, en zag dat er ook heel andere stijlen, nieuwe dingen, mogelijk waren. Vanaf dan kon je op architecturaal gebied vernieuwende dingen doen zonder het etiket van relschopper opgekleefd te krijgen. Ik had een goed cliënteel toen ik traditionele, klassieke woningen maakte, maar ik heb toen toch besloten om het roer om te gooien en echt te gaan tekenen en bouwen zoals ik wilde: minimalistisch en zonder weelde. Te veel pracht en praal leidt alleen maar de aandacht van de ruimtelijkheid af. Terwijl die ruimtelijkheid voor mij juist cruciaal is.
Onze eigen woning in Eke is gebouwd in 1960; ze was het proefstuk van mijn nieuwe stijl. Het publiek toen trok grote ogen, vooral tijdens de opbouwfase. Er is in ons huis dan ook amper nog iets te herkennen van het gebruikelijke beeld van een woning als een aantal afzonderlijke kamers met muren en deuren, verbonden door gangen. Ik zie een woning als een open concept, waar alles met alles verbonden is. Daarom zijn er zo weinig dragende muren. Wanneer je binnenkomt in ons huis, ervaar je geen aanwezigheid van steunpilaren; zij doen niets meer dan hun functie waarnemen als drager van de balken en het dak. Ik heb altijd eenvoud nagestreefd. Dat is niet iets waarnaar je op zoek moet gaan, dat is te moeilijk. Als je zoekt, vind je het niet: eenvoud in al zijn puurheid komt enkel vanzelf.
Het gaat erom het maximum te halen uit het minimum. Daarom ook de keuze voor veel glas dat rechtstreeks aansluit op het beton. Conventionele ramen en deuren zijn er zo weinig mogelijk; het glas of de deuropeningen zijn opgenomen in de structuur, ze zijn een deel van de muur. De gordijnen kunnen helemaal worden weggeschoven, met als effect dat het landschap naar binnen wordt getrokken. Er zijn geen limieten: het landschap maakt deel uit van het interieur. We hebben bewust geen siertuin aangelegd, de grond rond ons huis is dan ook een prachtig ongerept stuk natuur van de Scheldevallei. De weidsheid, het gevoel van ruimte hier is voor mij een must. Ik hou niet van de kleine perceeltjes grond waarop men nu bouwt: je kunt er je armen niet spreiden.
In enkele van de woningen die ik later heb gebouwd, vooral in de Vlaamse Ardennen en in West-Vlaanderen, heb ik het concept van mijn eigen huis nog verder doorgedreven. Daarbij is de plek waar het huis zal staan altijd van het grootste belang geweest: zo’n locatie moet een meerwaarde hebben voor de woning en omgekeerd. Het is jammer genoeg hoe langer hoe moeilijker om bijzondere architectuur te realiseren, door alle normen en voorschriften waaraan je moet voldoen om een vergunning te krijgen. Daardoor zijn er in België soms banale dingen gebouwd op prachtige plekken. Ik heb hoofdzakelijk privéwoningen gebouwd: om openbare opdrachten te krijgen, moest je contact hebben met de politieke wereld, en met beperkingen. Ik hou niet van al die regels, ik word niet graag gevangen gehouden."
Belgische architecten en hun huis
€ 45,00Kopen ›17 reportages van 17 inspirerende woningen waar architecten als Juliaan Lampens, Bob van Reeth of Peter Swinnen zelf wonen.