Bekende koppen over hun imago

In het boek 'Imago' interviewt Tim F. Van der Mensbrugghe 13 bekende mensen over hun imago. De foto's zijn van Joram Van Holen. Onderstaand enkele fragmenten uit het interview met Kristien Hemmerechts:
Een statig herenhuis in een chique straat in Berchem. Het soort woonst waar een schrijver of een professor zich terugtrekt, omringd door honderden boeken die tot aan het hoge plafond reiken. Kristien Hemmerechts (56) is beide: schrijfster én professor Engelse letterkunde. De volgestouwde boekenrekken in haar mooie woonkamer zijn inderdaad hóóg.
Gelukkig ligt complimenten uitdelen niet in mijn aard. ‘Nou, wat hebt u een statig herenhuis’, krijg ik niet over mijn lippen als Hemmerechts me binnenlaat. Dat is me geraden. Niet alleen is ‘statig herenhuis’ een, wel ja, huizenhoog cliché, en zodoende ongeschikt om te gebruiken in het bijzijn van een gerespecteerd schrijfster. Daarbij is het op zijn zachtst gezegd nogal vrouwonvriendelijk.
‘Statig herenhuis’: met zo’n fallocentristische gemeenplaats ben je bij een feministe aan het verkeerde adres en Kristien Hemmerechts laat er geen twijfel over bestaan dat zij feministe is. Nog altijd. Voor een uitbundig gevoel voor humor staan feministen niet bekend, maar toch zit de schrijfster geamuseerd te giechelen als ik vertel hoe ik, als Gentenaar, voor een reportagereeks talloze Antwerpse volkscafeetjes heb bezocht. Hier klopt iets niet. Was die Kristien Hemmerechts geen gepatenteerde zuurpruim? De vrouw die zo verontwaardigd reageerde op een hilarische sketch van Gunter Lamoot over masturberen in de huiselijke kring? In Humo had de schrijfster haar ongenoegen laten blijken en in het tv-programma Reyers laat ging ze de confrontatie aan met Lamoot.
‘Ik heb er me dood aan geërgerd’, zei Hemmerechts toen over de sketch. ‘Ik was de enige in de zaal die dat niet grappig vond. Ik werd er droevig van, ik voelde me eenzaam. Ik dacht: hoe kan je daar nu mee lachen? We leven in een land waar we een resem seksschandalen hebben gehad, en dan zoiets.’
Op het internet regende het meteen reacties, met als algemene teneur: ‘Néén, Lamoot is niet grappig, maar Hemmerechts is wel een zuurpruim.’ Dat beeld bestond al en werd nog maar eens versterkt. Zelf merk ik echter snel dat ze gevoel voor humor heeft. Regelmatig deelt ze een subtiel plaagstootje uit, alsof ze míjn gevoel voor humor wil testen.
‘Ik vind mezelf geen zuur mens. Ik denk dat ik gevoel voor humor heb. Ik kan héél hard lachen’, benadrukt ze. ‘Soms vind ik ook dingen die ik zelf schrijf best grappig.’ Ze heeft moeite om haar zin af te werken en schiet dan spontaan in de lach. Een binnenpretje dat eruit moest? ‘Humor is een heel moeilijk onderwerp. Jij vindt die sketch van Gunter wel grappig? Oké, fair enough. Ik vind veel comedy heel basaal. Moeten we nu nog altijd lachen om een scheet?’
Hemmerechts heeft er geen spijt van dat ze haar gedacht gezegd heeft. ‘Op de trein hebben enorm veel mensen me aangesproken: “Wat ben ik blij dat je dat hebt gezegd!” Gunter en ik hebben na de uitzending zitten kletsen en we konden het zeer goed vinden met elkaar. Dat was fijn.’
Vindt ze het dan niet bijzonder vervelend dat ze nog maar eens het imago van zuurpruim opgeplakt kreeg? ‘Iedereen die een zekere bekendheid heeft, heeft wel een imago’, beseft ze. ‘De beeldvorming gebeurt buiten jou om. Ikzelf heb heel hard het gevoel dat er een andere Kristien Hemmerechts bestaat met wie ik me totaal niet kan identificeren. Die wordt gevormd door kranten en media.’
In het magazine Goedele werd Hemmerechts omschreven als ‘de meest onbeschroomde der Vlaamse schrijfsters’. Kan ze zich daarin vinden? ‘Ik hoor vaak dat ik onbeschroomd ben, dat ik taboes doorbreek’, beaamt ze. Tegelijk vindt ze die titel overdreven. ‘In mijn debuut uit 1987 stond een aantal keren het woord ‘kut’ – toen was dat misschien nog ongehoord. Ik ben nu eenmaal schrijfster en ik wou expliciet over seks schrijven. Niet om mensen te choqueren, maar omdat het een menselijke ervaring is en er daar taal voor moet zijn. Dat vond ik heel belangrijk. Zeker vanuit vrouwelijk oogpunt was er weinig taal voor seks.’
Ze ontkent niet dat ze als beginnende schrijfster een missie had. ‘Ik vond dat ik nauwelijks voorbereid was toen ik aan mijn seksleven begon. Dat had te maken met het gebrek aan taal: er werd weinig over gezegd of geschreven. De wrevel over wat ze ons wel en niet hadden wijsgemaakt, was één van de redenen waarom ik ben beginnen te schrijven. Ik wou seks in kaart brengen, ik wou er woorden voor hebben.’ Hemmerechts heeft moeten vaststellen dat die woorden meer ophef veroorzaakten dan beelden. ‘Woorden als ‘kut’, ‘penis’ en ‘sperma’ schokken meer dan beelden ervan. Dat verbaast mij. Tegenwoordig zien mensen zó vaak seksscènes in films en op tv. Zeker op het internet beland je zo bij porno. Toch vinden mensen het nog altijd harder en confronterender als je de zaken benoemt.’
‘Maar of ik daarom de onbeschroomdste schrijfster ben?’ Ze zucht eens diep. De jonge Hemmerechts ergerde zich eraan dat ze altijd de opmerking kreeg dat ze graag choqueerde. ‘Mijn verdediging tegen dergelijke beschuldigingen was altijd: het is de werkelijkheid die choqueert. Schiet alsjeblief niet op de boodschapper. Iemand zei over Brede heupen: “Die bevalling duurt bladzijden en bladzijden!” Terwijl het maar over één pagina ging’, vertelt ze. Ook voor Herman De Coninck, haar in 1997 overleden man, mocht het allemaal wat minder expliciet. ‘Hij vond dat ik veel te vaak over menstruatie schreef. Maar dat deed ik niet. Alleen is het een feit dat vrouwen gedurende een hele periode van hun leven één week per maand bloed verliezen. Waarom mag je daar dan niet over schrijven? Dat is een deel van het vrouw-zijn.’
Af en toe leest ze nog eens iets dat ze vroeger heeft geschreven: ‘Dan denk ik bij mezelf: Hemmerechts, toch, this is way over the top.’ Ze lacht hartelijk. ‘Maar seks kan way over the top zíjn. Vrijende lichamen hebben iets grotesks.’
...
Is het eveneens seksisme dat mannelijke recensenten drijft om haar boeken soms zo bruut neer te sabelen? ‘Ik heb er een theorie over. In de literatuur beschrijven zeer veel mannen hun verlangen naar een vrouw en ik keer dat om. Ik laat mijn vrouwelijke personages naar een man kijken, ik laat ze het mannelijke lichaam beschrijven, hoe hij neukt, wat hij wil en niet wil. Ik denk soms dat dat unsettling is voor mannelijke recensenten. Zij zijn eraan gewend dat een man naar een vrouw kijkt. Hij beschrijft haar borsten, haar kut, haar schaamlippen, de manier waarop ze klaarkomt.’
Hemmerechts kijkt me opeens strak in de ogen. ‘Maar stel je voor dat jíj naakt staat. Je wordt bekeken. Je erectie wordt bekeken. De grootte van je penis. Je gekreun.’ Dit is inderdaad unsettling. Alsof de schrijfster de een of andere duistere toverspreuk heeft uitgesproken. ‘Je voelt je geobjectiveerd’, verklaart ze. ‘Je kunt daar niet aan ontsnappen: degene die kijkt, is subject. Degene die bekeken wordt object. Het is net tegen de objectivering van de vrouw dat het feminisme gereageerd heeft.’
‘In een scène in één van mijn boeken zit een vrouw bovenop een man. “Pis. Pis in mij”, zegt ze uitdagend. In zijn recensie begon Frank Hellemans van Knack over die scène te tieren. Hij was kwáád. Dan denk ik: man, jij weet niets over genot. You’ve got issues with it’, vertelt Hemmerechts plagerig.
Ik vraag haar of ze meer last heeft van de intellectuele macho dan van de klassieke, ongecultiveerde macho. ‘Natuurlijk’, antwoordt ze ogenblikkelijk. ‘De klassieke macho’s zijn veel eerlijker. De taliban trekken een boerka over je kop. Hier moet je het stellen met een metaforisch boerka.’ Van Gunter Lamoot apprecieert ze wel dat hij met haar in gesprek wou gaan. ‘We konden op een volwassen manier ons gedacht zeggen. Dat verfoei ik net aan een Dirk Leyman. Die geeft me niet eens een goeiedag als ik hem tegenkom. Hij zit in een machtspositie bij De Morgen, heb dan toch tenminste de kloten om “Dag Kristien” te zeggen.’
Nu ken ik Leyman zelf een beetje. Als collega vind ik Dirk best een sympathieke gast, een toffe peer zelfs. Hemmerechts kent alleen zijn venijnige kant. ‘Toen hij me interviewde, was zijn eerste vraag: “Hoe komt het dat er slechts drie van uw boeken tot audioboek zijn gemaakt?” Weet je, er zijn nauwelijks auteurs in Vlaanderen met audioboeken. Ik heb er dríé. Dirk Leyman is in staat om te vragen: “Hoe komt het dat u maar één keer de Nobelprijs gekregen hebt?” (schiet in de lach) Gún mij nu toch alstublieft eens iets.’
Toch geef ze niet op. ‘Ik denk soms bij mezelf dat ik trots mag zijn. Ik blijf voortdoen omdat ik ook veel lovende reacties krijg. Er zijn mensen voor wie ik echt wel iets beteken. Dat lees ik in mailtjes die ik krijg.’
Schrikken mensen als ze Kristien Hemmerechts in het echt ontmoeten, wil ik weten. Hadden ze zich iemand anders voorgesteld? ‘Dat zegt iedereen die ik voor het eerst ontmoet. “Amai, gij valt mee in het echt.” Mensen vinden me streng op tv. Maar als je zit te argumenteren denk je er niet aan om de sympathieke rustigheid uit te hangen’, besluit ze.
