Eetbare daken

Bekijk fotoalbum

De Engelse versie van het volgende interview komt uit het boek 'Fabulous Food Concepts respecting the Planet':

Sinds 1 januari 2011 gaat Annelies Kuiper door het leven als Dakboerin – de eerste van Nederland - en transformeert ze onbenutte stadsdaken in aantrekkelijke groentetuinen. Een groentetuin op je dak heeft alle voordelen van een gewoon groendak, met één extra: het is eetbaar. Van dak naar bord dus. Van op haar eigen dak, dat als testcase diende, zette ze haar veroveringstocht in van kleurloze platte daken, met hier en daar een zijsprong. Voor het Nederlandse muziek- en cultuurfestival Lowlands 2011 werkte ze mee aan een verticale tuin, een imposante stellingconstructie met 375 kisten waarin door Dakboerin geteelde groenten en kruiden groeien. De interesse voor duurzaam leven en biologische voeding was er al veel langer, maar een tijd geleden raakte Annelies ook gefascineerd door stadslandbouw. Mensen leven vandaag bewuster, eten gezonder en willen bovendien weten waar hun voedsel vandaan komt, waardoor de vraag naar biologische en lokaal geteelde producten blijft stijgen. En dus is het zoeken naar manieren om de landbouw naar de steden te halen. Dakboerin speelt hier mooi op in: “Grond is schaars in de stedelijke gebieden, maar daken… die zijn er genoeg.”

 

Hoe werkt Dakboerin precies?

In de eerste fase zorg ik voor een ontwerp afgestemd op de wensen van de dakeigenaar, rekening houdend met de oppervlakte en de draagkracht van het dak. Vervolgens leg ik de daktuin aan en zorg ik, indien gewenst, voor het onderhoud. De oogst kan direct bereid worden in de bedrijfskantine, het restaurant, de schoolmenza of thuis onder eigen dak. Ik werk met biologisch zaad en plantgoed, bessenstruiken en fruitbomen. Alles wordt geplant in lichtgewicht natuurlijk substraat. Voor de berekening van de dakconstructie, de aanleg van de ondergrond, het aanvragen van vergunningen en subsidies, de ontwerpen van een schuur, bijenkast of mobiel kippenhok laat ik me bijstaan door deskundigen ter zake.

Hoe ben je op het idee gekomen?

Al langer ben ik geïnteresseerd in duurzaam leven, echt eten en groenten verbouwen. Maar het is de combinatie van stad en platteland die mij het meest boeit. Een nieuw concept, de daktuinderij, bedenken voor een oud gegeven als het verbouwen van voedsel, dat is een uitdaging. Ik las vorige zomer over leegstaande gebouwen en dat biologisch eten voor een grotere groep mensen belangrijker wordt. Wel, ik heb de optelsom gemaakt. Later kwam daar ook het duurzaamheidsaspect bij: groene daken zijn beter voor de stad door de wateropslag, de CO2-afvang en het creëren van een groenere en koelere omgeving (isolatie). Bovendien gaat zo’n dak  30 jaar langer mee.

Welke daken komen in aanmerking?    

Het kan natuurlijk vanaf 1m2 in een bak tot en met 10.000 m2. Voorwaarde is dat het een plat dak is en dat de constructie het gewicht kan dragen. Of eigenlijk pas je de daktuin aan aan de dakconstructie. Je kan je indenken dat kolen die diep wortelen niet goed aarden in 20 cm. Daar heb je al snel 50 cm voor nodig, maar dan wordt de tuin uiteraard ook zwaarder. Zelf ben ik begonnen op het dak boven mijn keuken, dat is 12 m2 en daar eten 2 mensen van, van lente tot en met herfst. Deze winter maak ik er een platte kas op, zodat ik ook meer eigen groenten heb in de winter.

Hoeveel kost een daktuin?

Voor de aanleg moet je tussen 90 en de 125 euro per m2 rekenen. Dat is duurder dan een bitumendak, maar veel duurzamer, omdat je dak langer mee gaat en ook veel aantrekkelijker is, als je bijvoorbeeld je huis zou verkopen in tussentijd. Als je het berekent over de jaren, dan is een eetbaar dak goedkoper dan een bitumen dak. En dan heb ik het nog niet over de groenten die je zelf teelt en die je dus niet in de winkel hoeft te kopen. Ook geld uitgespaard…

Wat kan je allemaal verbouwen of houden op een dak?

In principe kan je alles verbouwen op een dak, als je maar een goede constructie hebt en daarop een diepe laag substraat, dat is grond samengesteld op basis van lichtgewicht materiaal dat beter water opneemt. Het ideale groentedak is een dak met verschillende kringlopen: met het regenwater dat je opvangt bewater je de tuin, de oogstresten van de groenten composteer je, de gekookte resten gaan naar de kippen, de kippen wieden tussen de wat grotere planten en bemesten een deel van de tuin en bijen bestuiven de planten.

Wat zijn de voordelen van een groentetuin op het dak?

Het leukste voordeel vind ik dat je rond etenstijd even op je dak kan gaan kijken wat er oogstbaar is. Je kijkt eens om je heen en ziet de andere daken met bitumen of groen of zonnepanelen en komt even tot rust. Je oogst wat je nodig hebt en een halfuur later staat je dakgroente beneden op tafel waar het lekker koel is, omdat je groentedak goed heeft geïsoleerd. Een kortere weg is er niet te bedenken. En geen last van openingstijden of het fietsen naar je moestuin. 

Wat zijn de belangrijkste verschillen met het aanleggen van een gewone groentetuin?

Je hebt een prachtig uitzicht hebt vanaf je groentetuin. Je hebt minder last van slakken, onkruid en schimmels. Je moet de trap op om naar je tuin te gaan. En de elementen regen, zon en wind zijn extremer op grotere hoogte. Dakboerin houdt hier rekening mee in de ontwerpfase.

Vraagt het geen groot engagement van de daktuineigenaar?

Tuinieren gaat vooral over ontspanning, of het nu op een dak is of in de tuin. De één gaat voetballen met vrienden, de ander op schildercursus en weer een ander vindt afleiding in de aanleg van een groentetuin. Van voetbal krijg je een goede conditie, een schilder heeft doorgaans een mooi uitzicht, maar een tuinier heeft de conditie én het uitzicht en bovendien kan hij dagelijks zelfgeteelde groenten op tafel zetten.

Wat groeit er zoal op jouw dak? 

Op mijn eerste dak heb ik veel diversiteit: pompoen, snijbiet, boerenkool, aardappelen, pluksla, kropsla, tomaten, aardbeien, wortelpeterselie, zomerwortel, spruitjes, aardpeer, prei, bloemkool, oostindische kers, goudsbloem, afrikaantjes, chinese kool, maïs en pronkbonen. Beneden heb ik dezelfde omstandigheden als het dak boven, omdat daar een betonplaat onder zit. Hier staat nog druif, mierikswortel, munt, citroenmelisse, salie, rabarber, rode kool, bloemkool, savooikool, knolselderij, venkel. In de winter heb ik de winterkolen natuurlijk, met als aanvulling in de platte kas op het dak spinazie, raapstelen, veldsla, winterpostelein, snijbiet en rucola. 

Denk je dat Urban Farming in de toekomst een noodzaak zal worden, met het oog op het milieu en de bevoorrading van steden?

8 - 10% van het totaalaanbod van groenten en fruit kan uit de steden komen. Ik denk dat het vooral een samenspel moet zijn tussen wat er in de stad gebeurt en rondom de steden. Een aantal zaken worden steeds belangrijker, daar kunnen we niet omheen. De consument wil doorzichtigheid, hij wil weten waar zijn eten vandaan komt. De voedselkilometers wegen ook door: de consument verkiest lokaal en regionaal boven internationaal. En mensen eten gezonder. Steeds vaker gaat de voorkeur naar biologische producten die zo min mogelijk schade toebrengen aan het milieu en waarbij de leefomstandigheden van dieren en de leefomgeving gerespecteerd worden. Daar valt het dakboeren natuurlijk ook onder, evenals het in gebruik nemen van leegstaande gebouwen en braakliggende terreinen. Pluspunt is dat op die manier ook de kennis van voedsel en voedselproductie weer naar de stad toe komt. En kennis betekent dat de consument onafhankelijker wordt van de grote voedselproducenten en zich kritischer gaat opstellen. Kijk maar eens naar de film Food Inc., dat is een voorbeeld van hoe het niet moet.  

Had je voordien ook al interesse in Urban Farming?

Ja, ik volgde de stadslandbouw al een tijdje, er zijn interessante rapporten verschenen van de WUR (Universiteit Wageningen ). Het Marconiproject in Rotterdam waar een stuk braakliggend terrein benut gaat worden voor tijdelijke landbouw, en de experimenten van Aquaponics - het telen van groenten en vissen tegelijkertijd in een kas - hebben ook mijn interesse. 

Is Dakboerin een volledig duurzaam en biologisch concept?

Volledig duurzaam lukt nog niet altijd, omdat Dakboerin te maken heeft met investeringen die een klant moet doen op zijn dak. Soms is iets niet beschikbaar of is het prijsverschil zo groot dat een klant kiest voor minder duurzaam materiaal. Wel maak ik gebruik van biologisch zaad en plantgoed en natuurlijk substraat. Het biologische aspect is heel belangrijk voor mij.  Het is een manier van verbouwen waarbij zo min mogelijk schade wordt toegebracht aan de aarde, de groenteplanten komen het best tot hun recht en hebben ook de grootste voedingswaarde. Het liefst maakt Dakboerin gebruik van gerecycled materiaal of van materiaal dat weer gerecycled kan worden. 

In steden is er meer luchtverontreiniging, ben je niet bang dit het concept zal aantasten?

De planten gebruiken juist CO2 en dat is ook weer een kringloop. Sommige tuinders willen extra CO2 in de kas om de plantengroei te stimuleren. Het overgrote deel van het fijnstofprobleem komt vanuit het buitenland. 73% wordt veroorzaakt door invloeden vanaf het continent, het overige deel veroorzaken we zelf door o.a roetuitstoot, industrie en landbouw. Maar ook natuurlijke bronnen spelen hierin een rol. De lucht boven de Noordzee is tamelijk zout en waait geregeld landinwaarts. Dat fijnstof een groot probleem is, wordt door alle overheden onderkend. Dat is ook één van de redenen dat groendaken en verticale tuinen inmiddels populair zijn bij gemeenten en provincies. Planten kunnen fijnstof aan zich binden via huidmondjes en wortels. Bij regenval spoelt het weer van het blad af. Op deze manier reinigen ze de lucht. Ze nemen zelf nauwelijks fijnstof op. 

Een halfjaar bezig en al meteen een Biodiversity Innovation Award gewonnen in de New Venture businessplancompetitie 2011, dat zal ongetwijfeld een grote stimulans zijn om door te gaan? Waar droomt dakboerin van? 

 Ja, die prijs was geweldig natuurlijk, vooral om te horen dat mensen het idee super vinden. Dat is ook een groot onderdeel van een groentedak: het idee dat je eigen groente verbouwt op je eigen dak. Dakboerin droomt van een aantal dakboerderijen waarbij productie en markt zo dicht mogelijk bij elkaar komen. Dat betekent dat de groenten van het dak gebruikt worden in het restaurant eronder of door de cateraar die in het gebouw zit, in de kantine van een groot bedrijf, enzovoort. Als Dakboerin ben ik niet alleen geïnteresseerd in het kweken van groenten en de daarbij ondersteunende planten, maar ook in wat er met die groenten gebeurt: het eten, het inmaken, het verspreiden van kennis over kweken, de voedingsstoffen in het eten en wat dat met mensen doet. Het liefst zou ik een Dakboerin bedrijf hebben waarbij de totale voedselketen zichtbaar is: van het produceren van zaadgoed tot en met de wc's waarin de groenten uiteindelijk weer terechtkomen.